Octrooirecht - kwekersrecht
Octrooirecht - kwekersrecht
De ministers van LNV en EZ verzonden op 19 april jl met een brief het rapport "Veredelde zaken" (ondertitel: "De toekomst van de plantenveredeling in het licht van de ontwikkelingen in het octrooirecht en het kwekersrecht") aan de Tweede Kamer. De brief en het rapport kunt u hier nog eens nalezen: [lees brief] en [lees rapport].Centraal staat de kwekersvrijstelling in het kwekersrecht (artikel 57, derde lid, onder c, Zaaizaad- en plantgoedwet 2005), In het octrooirecht bestaat een dergelijke vrijstelling niet. Om de Rijksoctrooiwet 1995 meer in lijn te brengen met de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 kan worden gekozen voor òf een beperkte kwekersvrijstelling òf een volledige kwekersvrijstelling van het octrooirecht. Een beperkte vrijstelling leidt ertoe dat kwekers voor het ontwikkelen van een nieuw ras gebruik mogen maken van materiaal waarop een ander het octrooi heeft; als deze veredelaars vervolgens op basis daarvan een eigen ras op de markt willen brengen, moeten ze de octrooihouder een licentievergoeding betalen. Een volledige vrijstelling betekent dat veredelaars ook zonder licentie eigen rassen mogen vermarkten.
De ministers Van der Hoeven (EZ) en Verburg (LNV) hebben op 30 juni overleg gevoerd met de Kamer. Twee moties zijn nadien aangenomen:
- de motie van het lid Van Gerven c.s. (Kamerstukken 2009-2010, 27 428, nr. 165), om bij de voorbereiding van het wetgevingstraject naast de optie van de beperkte kwekersvrijstelling ook de optie van de volledige kwekersvrijstelling te onderzoeken, met inbegrip van de juridische (on)mogelijkheden in nationale, Europese en mondiale wet- en regelgeving; de motie kreeg de steun van de fracties van VVD, PvdA, SP, GL en PvdD.
- de motie van het lid Jacobi (Kamerstukken 2009-2010, 27 428, nr. 166), opdat de regering het initiatief neemt tot een dialoog met de sector en maatschappelijke organisaties om te komen tot een gedragscode waarin ook afspraken gemaakt kunnen worden over hoe om te gaan met (te) breed verleende octrooien; de motie kreeg de steun van de fracties van VVD, PvdA, CDA, D66, CU en SGP.
De precieze, originele test van beide moties kunt u hier nalezen [lees Kamerstukken 2009-2010, 27 428, nr. 165] [lees Kamerstukken 2009-2010, 27 428, nr. 166]
