Octrooirecht - kwekersrecht
Octrooirecht - kwekersrecht
De ministers van LNV en EZ hebben op 19 april met een gezamenlijke brief het rapport "Veredelde zaken" (ondertitel: "De toekomst van de plantenveredeling in het licht van de ontwikkelingen in het octrooirecht en het kwekersrecht") aan de Tweede Kamer gestuurd. Het rapport is uitgebracht door het Centrum Genetische Bronnen Nederland (Wageningen Universiteit). In de brief wordt gedacht aan een wetsvoorstel om een beperkte kwekersvrijstelling op te nemen in de Rijksoctrooiwet 1995. De beslissing voor formele indiening van zo'n wetswijziging zal worden overgelaten aan een nieuw kabinet. Beide ministers zijn er zich van bewust dat een wetswijziging voorafgegaan zal moeten worden door een bredere discussie, minimaal op EU-niveau, gegeven bijvoorbeeld de bestaande Kwekersrechtverordening 2100/94 en Richtlijn 98/44/EG (biotechnologische vindingen), mogelijk ook op WTO-niveau, gegeven de TRIPs-overeenkomst.Kwekersvrijstelling
Centraal staat dus de kwekersvrijstelling in het kwekersrecht (artikel 57, derde lid, onder c, Zaaizaad- en plantgoedwet 2005); deze vrijstelling houdt in dat een veredelaar zonder voorafgaande toestemming van de houder van het kwekersrecht handelingen mag verrichten voor het kweken van nieuwe rassen. Nieuwe rassen mogen zonder toestemming van de oorspronkelijke houder van het kwekersrecht worden geëxploiteerd. In het octrooirecht daarentegen bestaat de onderzoeksvrijstelling (artikel 53, derde lid, Rijksoctrooiwet 1995) die inhoudt dat de geoctrooieerde uitvinding alléén gebruikt mag worden voor onderzoeksdoeleinden, dus zonder commercieel oogmerk.
De brief en het rapport kunt u hier lezen: [lees brief] en [lees rapport]
